retreats


Krishnamurti Retreats Worldwide weergeven op een grotere kaart

donderdag 9 augustus 2007

Voel je je innerlijk volkomen verantwoordelijk?

Wat mensen elkaar aangedaan hebben kent geen grenzen. De mens heeft zijn medemens gemarteld, hij heeft hem verbrand en vermoord, hij heeft hem op alle denkbare manieren uitgebuit - hetzij religieus, hetzij politiek of economisch.

Dat is heel het verhaal van de ene mens met de andere; de slimmen, handigen buiten de dommen, de onwetenden uit.

Wijsbegeerten gaan zonder uitzondering van het intellect uit en dus niet van het geheel. Al die filosofieën hebben de mens geknecht. Zij hebben met hun bedenksels het maatschappijbeeld bepaald en daarbij de mens aan hun voorstellingen opgeofferd; de idealen van de zgn. denkers hebben de mens ontmenselijkt.

Uitbuiting van de een door de ander - van de man of de vrouw - lijkt wel de normale levenswijze te zijn geworden. We gebruiken elkaar en ieder voor zich accepteert dat gebruik van de ander. Uit die zo speciale relatie ontstaat afhankelijkheid met alle ellende, verwarring en kwelling die inherent is aan afhankelijkheid.

Zowel innerlijk als uiterlijk heeft de mens zowel zichzelf als de ander verraden - hoe zou onder zulke omstandigheden liefde kunnen bestaan?

Vandaar dat het (voor de opvoeder) zo belangrijk wordt, zich totaal, alomvattend verantwoordelijk te voelen in zijn persoonlijke verhouding niet alleen met de leerling, maar met de hele mensheid. Hij is immers de mensheid.

Als hij zich niet compleet verantwoordelijk voelt voor zichzelf, zal hij nooit bij machte zijn die hartstochtelijk-volledige verantwoordelijkheid te ervaren, die liefde heet.

Ervaren jullie (als opvoeders) dat verantwoordelijkheidsgevoel? En zo niet - waarom dan niet?
Mogelijk voelen jullie je wel verantwoordelijk voor je vrouw, je man of je kinderen, terwijl je geen acht slaat op een ander en je daar niet verantwoordelijk voor voelt.

Voel je je echter innerlijk volkomen verantwoordelijk, dan moet je je automatisch wel verantwoordelijk voelen voor de hele mensheid.

De vraag is nu - waarom je je niet verantwoordelijk voelt voor anderen - is heel erg belangrijk.
Verantwoordelijkheidsgevoel is namelijk geen emotionele reactie of iets wat je jezelf oplegt: je verantwoordelijk voelen. Dan wordt het een plicht en wat verplicht is ontbeert de geur en schoonheid van zo'n innerlijk aanwezige totale verantwoordelijkheid.

Het is niet iets wat je je eigen maakt, als beginsel of idee om je voortaan aan te houden, alsof je je een stoel of horloge eigen maakt.

Nu voelt een moeder zich misschien wel voor haar kind verantwoordelijk, en voelt zij dat n' kind van haar eigen vlees en bloed is, zodat ze de baby enige jaren lang al haar liefdevolle zorg en aandacht geeft. Maar is dat moederinstinct verantwoordelijkheidsgevoel? Misschien hebben we deze speciale gehechtheid aan ons kind wel van de allereerste dieren geërfd. Het bestaat in heel de natuur, van het allerkleinste vogeltje tot de vorstelijke olifant.

En wij vragen ons af, of dat instinct verantwoordelijkheidsgevoel is. Als dat zo was, dan zouden ouders zich ook verantwoordelijk voelen voor een juist soort opvoeding en voor een volkomen ander soort maatschappij. Dan zouden ze ervoor zorgen, dat er geen oorlogen waren en dat ze zelf in goedheid zouden opbloeien.

Het blijkt dus dat de mens zich niet om een ander bekommert maar, alleen tegenover zichzelf enige verplichtingen voelt. Die verplichtingen betekenen een totale afwezigheid van verantwoordelijkheidsgevoel.

Al die eigen emoties,
die eigen persoonlijke begeerten,
die eigen gehechtheden,
dat eigen succes,
die eigen promotie -
onvermijdelijk brengen die zowel openlijke als in verhulde vorm meedogenloosheid teweeg. Komt zo echt verantwoordelijkheidsgevoel tot uiting?

Op deze scholen zijn zowel de gever als de ontvanger beiden verantwoordelijk; niemand kan zich daarom ooit laten gaan en zich zo'n afgescheidenheid veroorloven. Die egoïstische afgescheidenheid is misschien wel de grondoorzaak van de degeneratie van de ondeelbare heelheid van de geest, die ons zo diep bezorgd maakt.

Dit wil nog niet zeggen, dat er geen persoonlijke relaties bestaan met al wat ze aan genegenheid, tederheid, steun en aanmoediging inhouden. Maar wanneer die persoonlijke verhouding het enige wordt wat erop aankomt en je je daardoor maar voor enkele mensen verantwoordelijk voelt, dan is dat het begin van alle kwaad; dat is een realiteit die aan ieder mens bekend is.

Die indeling van relaties in hokjes veroorzaakt de degeneratie en aftakeling in ons leven. We hebben onze relatie in hokjes ingedeeld, zodat ze voor één persoon, of voor één natie, voor één groep geldt of voor bepaalde begrippen. Iets fragmentarisch kan echter nooit het geheel van een ondeelbare verantwoordelijkheid omvatten. We trachten dus steeds van het kleine uit, de hand op het wijdere te leggen.

Het betere is het goede niet, terwijl heel ons denken juist steeds op het bereiken van het betere, het meerdere gericht is - betere resultaten bij examens, betere jobs, betere sociale status, betere goden, verhevener denkbeelden.

Het betere is het resultaat van een vergelijking. Het fraaiere schilderij, de betere techniek, de grotere musicus, de begaafdere of de mooiere en de intelligentere man of vrouw zijn alleen denkbaar doordat er vergeleken wordt. We kijken zelden naar een schilderij op zich, of naar een man of vrouw louter om der wille van hem -of haarzelf. Altijd steekt de ingewortelde neiging tot vergelijken de kop op. Is liefde een kwestie van vergelijken? Kun je ooit zeggen, dat je liefde voor de een groter is dan voor de ander? Want wanneer er aldus van vergelijken sprake is, is dat dan liefde? Daar waar dat gevoel voor het meerdere, voor het afmeten van dingen aanwezig is, is dat de werking van het denken. Dat afmeten betekent: vergelijken.

Door heel ons leven heen worden we ertoe aangemoedigd alles te vergelijken. Wanneer je (op de school waar je werkt) A met B vergelijkt, doe je schade aan beiden.

Vandaar de vraag of het mogelijk is op te voeden zonder ook maar enigszins het gevoel te hebben dat je aan het vergelijken bent? We doen aan vergelijken om de eenvoudige reden, dat het meten naar maatstaven onze manier van leven en denken is.

In die sfeer van onechtheid en verbastering worden we grootgebracht. Het betere is daarbij altijd verhevener dan wat voorhanden is, dat wat feitelijk aan het gebeuren is. Oplettend gadeslaan wat is, zonder te vergelijken, zonder maatstaf, betekent het ontstijgen aan dat wat is.

Waar niets vergeleken wordt, heerst gaafheid, heerst echtheid. Niet dat je dan trouw bent aan je eigen echtheid, wat een vorm is van het aanleggen van een maatstaf; wanneer je echter geen maatstaf aangelegd wordt, is iets heel en ondeelbaar. De essentie van het ego, het ik, is het aanleggen van maatstaven. En waar afgemeten wordt heerst gespletenheid. Het begrip daarvoor moet zo diep gaan, dat het als feitelijkheid en niet als denkbeeld gezien wordt. Immers als je deze uitspraak leest, kun je die als denkbeeld, als begrip abstraheren, en die abstractie dient dan opnieuw als maatstaf. Dat wat is, kent geen maatstaf, geen maat.

Zet alsjeblieft heel je hart in om dit te begrijpen. Wanneer je de volle betekenis eenmaal te pakken hebt, wordt daarmee je verhouding tot je leerling en tot je eigen gezin totaal verschillend.

En als je je afvraagt of dat verschil een verbetering zal zijn, zit je daarmee weer gevangen in het wiel der maatstaven. Dan ben je verloren. Je zult het verschil pas ontdekken, als je de zaak feitelijk op de proef stelt.

Het woordje 'verschil' houdt weliswaar het meten met maten in, maar wij gebruiken het in niet-vergelijkende zin. Vrijwel elk door ons gebruikt woord suggereert iets van een maatstaf, die woorden werken daarmee op onze reacties in, en die reacties intensiveren op hun beurt de neiging tot vergelijken.

Woord en reactie zijn aan elkaar verwant en het is de kunst, je niet door woorden te laten conditioneren., wat wil zeggen dat we ons niet door de taal laten vormen. Dat we het woord gebruiken zonder er psychologisch op te reageren.

(...)

Jiddu Krishnamurti, 1 mei 1979
Uit: Brieven aan de scholen, uitg. Ankh-Hermes 1984, p 67-70

(ik heb dit stukje op deze blog geplaats naar aanleiding van de Krishnamurti Zomerweek te Naarden met als thema 'Wat is verantwoordelijkheid?')

1 opmerking:

Guzmán. zei

Jiddu Krishnamurti ;

“There are three monks, who had been sitting in deep meditation for many years amidst the Himalayan snow peaks, never speaking a word, in utter silence. One morning, one of the three suddenly speaks up and says, ‘What a lovely morning this is.’ And he falls silent again. Five years of silence pass, when all at once the second monk speaks up and says, ‘But we could do with some rain.’ There is silence among them for another five years, when suddenly the third monk says, ‘Why can’t you two stop chattering?”


http://www.katinkahesselink.net/kr/jokes.html

http://seaunaluzparaustedmismo.blogspot.com/